Alternate Text

Desensitisatie en immuunmodificatie bij allergieën

zondag 15 april 2018
Voorheen werd ouders van baby’s afgeraden om ze allergenen te geven. Dit zou het risico op een allergie op latere leeftijd verhogen. Nu wordt juist gedacht dat vroege blootstelling een allergie kan voorkomen. Desensibilisatie en immuunmodificatie kort belicht.

Er zijn mensen die zo allergisch zijn voor pinda’s, dat de sporen in een voedingsmiddel al kunnen leiden tot een anafylactische shock. Mensen met een pinda-allergie moeten altijd goed opletten wat ze eten, want (sporen van) het allergeen kunnen onverwachts voorkomen in de dagelijkse voedselkeuze. Miljoenen kinderen zijn allergisch voor pinda’s. Vooral voor moeders van kinderen met een pinda-allergie kan dit enorm veel angst opleveren. Hieronder staan twee mogelijke methodes beschreven waarmee pinda- en eventueel andere allergieën verzacht kunnen worden bij kinderen: desensibilisatie en immuunmodificatie.                                    

Een waarschuwing vooraf:  dit is niet iets om zelf in de therapeutische praktijk of thuis te proberen, het kan gevaarlijk zijn. Daarom dient het in een zeer veilige setting te geschieden, zodat zeker is dat kinderen direct kunnen worden behandeld als er reacties optreden.


Desensibilisatie

Voorheen werd ouders van baby’s afgeraden om ze allergenen te geven. Dit zou het risico op een allergie op latere leeftijd verhogen. Nu wordt juist gedacht dat vroege blootstelling een allergie kan voorkomen. Wel in gepaste vorm natuurlijk, in verband met stikgevaar. Vanuit dit perspectief is onderzoek gestart om allergische personen te desensibiliseren door ze geleidelijk bloot te stellen aan steeds een beetje meer van het allergeen.

In een dubbelblind onderzoek (n=500) bouwden kinderen (>4, <13 jaar) tolerantie op door gedurende zes maanden geleidelijk steeds meer capsules met pinda-poeder over het voedsel te strooien. Op het laatste niveau bleven ze zes maanden. Aan het einde van het onderzoek kon 67 procent van de kinderen die deze behandeling ontvingen het equivalent van ongeveer twee pinda's verdragen, tegenover slechts 4 procent van de placebogroep.

Voor de desensibilisatie reageerden sommigen zelfs op een tiende van een pinda. 
Het product was, uiteraard, veilig. Toch stopte 20 procent van de pinda-groep voortijdig, waarvan 12 procent vanwege reacties of andere problemen. Dit toont aan dat desensibilisatie niet voor iedereen is weggelegd. Sommigen zullen teveel bijwerkingen hebben om de dagelijkse dosis te nemen.

Het is geen remedie waardoor het allergeen weer volledig in de voeding opgenomen kan worden. Maar als de behandelden één pinda zouden kunnen verdragen, zou 95% beschermd zijn tegen een ernstige of zelfs fatale reactie wanneer ze worden blootgesteld aan pinda. Momenteel is nog niet bekend wat er gebeurt na (voortijdig) stoppen met de behandeling.
Als deze behandeling goedgekeurd is door de Amerikaanse Food and Drug Administration, kan het in Nederland ook gekeurd worden.
 

Immuunmodificatie

Bij de anafylactische shock is er sprake van een levensbedreigende immuunrespons. Vandaar dat er onderzoek gedaan is om het immuunsysteem te reguleren op het moment dat het allergeen het lichaam binnenkomt.

Tijdens een normale immuunrespons werkt Th2 samen met Th1, maar tijdens allergische reacties wordt Th2 overmatig geproduceerd en de Th1-productie daalt. Herstel hiervan kan de oplossing zijn van het probleem. Het leveren van meer Th1-type cytokines vóór een allergeenblootstelling om de balans te herstellen lijkt hier een adequate behandeling. Deze kunnen echter niet zomaar toegediend worden, door middel van nanodeeltjes lukt dit wel.

Bij pinda-allergiemuizen werden nanodeeltjes in de huid gespoten, gevuld met de benodigde antigenen en cytokinen. Deze nanodeeltjes reisden naar de lymfeklieren, waar ze oplosten. De antigenen en cytokinen bleven over om hun werk te doen bij de bron van de immuunrespons. Dieren die deze therapie ontvingen raakten niet in anafylactische shock  toen ze vervolgens werden blootgesteld aan pinda's.

Deze vernieuwde tolerantie was langdurig, dus hoefde niet herhaald te worden voorafgaand aan elke blootstelling aan het allergeen. Het zou een herprogrammering van het immuunsysteem genoemd kunnen worden. In theorie kan deze aanpak worden toegepast op andere allergenen, zelfs omgevingsinvloeden zoals stof en pollen. Het concept is geschikt gebleken, nu nog een onderzoek op mensen.

Bronnen

Reducing peanut allergy risks in children—The Nurse Practitioner presents update

https://medicalxpress.com/news/2018-02-treatment-peanut-allergies.html#nRlv

Ashley L. St. John, Gladys W.X. Ang, Abhay P.S. Rathore, Soman N. Abraham. Reprograming Immunity to Food Allergens. Journal of Allergy and Clinical Immunology, 2018; DOI: 10.1016/j.jaci.2018.01.020
Du Toit G. Roberts G. Sayre PH. et al. Randomized Trial of Peanut Consumption in Infants at Risk for Peanut Allergy The New England Journal of Medicine Feb 26, 2015 Massachusetts Medical Society

Bonusan.com/nl maakt gebruik van cookies met als doel de website en onze diensten te verbeteren, Daardoor kunnen we u beter van dienst zijn. Wilt u weten welke cookies wij plaatsen? Lees hier meer informatie.

Internetbureau W3S