Alternate Text

R&D aan het woord: het belang van een brede voeding

woensdag 20 juli 2016
We eten tegenwoordig vooral bewerkt voedsel en variatie is ver te zoeken. Waarom reageert onze gezondheid zo slecht op deze veranderingen en wat kunnen we eraan doen?

Tijdens onze evolutie aten we een enorme variatie aan vruchten, wortel- en knolgewassen, noten, groenten en ander plantaardig voedsel. Zo hebben we meer dan 100.000 generaties geleefd, een tijdspanne waarin ons genoom zich aan deze voeding heeft aangepast. De laatste twee of drie generaties eten we voornamelijk sterk bewerkt voedsel en is de variatie grotendeels uit ons voedingspatroon verdwenen. Hierin ligt een belangrijke verklaring voor de toegenomen ziektelast.

 

Meer dan honderd verschillende soorten planten

Uit onderzoek blijkt dat een gevarieerde, voornamelijk plantaardige voeding gunstig is voor de gezondheid van de mens. Als jagers-verzamelaars consumeerden we op jaarbasis naar schatting meer dan honderd verschillende eetbare soorten. Dit zorgde voor een goede en brede aanvoer van nutriënten en beperkte de inname van toxinen uit bijvoorbeeld één plantensoort. Ook vlees werd gegeten, maar de jacht is moeilijk en levert geen bestaanszekerheid; hedendaagse jagers-verzamelaars als de Hadza uit Tanzania keren na de jacht in 50 procent van de gevallen onverrichterzake huiswaarts. Een brede aanvoer van plantaardige voeding levert veel meer bestaanszekerheid.

 

Hedendaags aanbod wordt niet benut             

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) bestaan er wereldwijd 250.000 eetbare plantensoorten. Door moderne landbouwmethoden is de wereldbevolking echter afhankelijk van slechts 150 soorten. Daarvan worden maar 12 soorten met enige regelmaat geconsumeerd. En daarvan wordt nog eens 50 procent van de consumptie in beslag genomen door drie megagewassen: rijst, tarwe en maïs. In het gunstige geval dat een mens in de westerse wereld twintig verschillende plantensoorten eet, is dit nog steeds maar maximaal een vijfde van de honderd of meer soorten die we vroeger aten.

                                                                                                                                                 

Van het kleine aantal plantensoorten dat we nu eten, eten we ook nog eens veel te weinig. De meest recente peiling dateert uit 2011 en laat zien dat 5 à 10 procent van de volwassenen de aanbeveling haalt. Daardoor krijgen grote delen van de Nederlandse bevolking te weinig vezels, vitaminen en mineralen binnen. Veel minder vaak hoor je iets over onze behoefte aan fytonutriënten. Juist deze hebben we nodig als we onze voeding weer willen laten lijken op ons evolutionaire voedingspatroon.

 

Het belang van fytonutriënten                         

Fytonutriënten zijn allerlei bioactieve stoffen uit de plantenwereld, waarvan nu in hoog tempo belangrijke fysiologische functies worden ontdekt. Het gaat om stoffen die we evolutionair gezien al miljoenen jaren consumeren en die absoluut nodig zijn voor onze gezondheid. Te denken valt bijvoorbeeld aan carotenoïden, flavonoïden en anthocyanen, stoffen die voor de kleurenrijkdom in de natuur verantwoordelijk zijn.

                                                       

Ook de grote groep polyfenolen, die in diverse kruiden rijk vertegenwoordigd is, heeft gezondheidsbevorderende eigenschappen. Maar denk ook aan enzymen die juist in rauw voedsel en jonge uitlopers van planten aanwezig zijn en aan paddenstoelen die waardevolle stoffen bevatten zoals bètaglucanen.

 

Een andere categorie voedingsstoffen die we weinig binnenkrijgen zijn de zogenaamde adaptogenen. Dit is de naam voor een groep kruiden die het lichaam helpt om op een natuurlijke manier om te gaan met stress, zowel lichamelijk als psychisch. Bekende adaptogene kruiden zijn ginseng, rhodiola, ashwagandha en ginkgo. Ze helpen het lichaam om te gaan met extreme situaties, dragen bij aan het uithoudingsvermogen en zorgen voor een sneller herstel. Om deze reden zijn adaptogenen populair in de sportwereld. Maar eigenlijk heeft iedereen in deze stressvolle maatschappij er baat bij.

 

Vermijden van industrieel bewerkt voedsel

Naast meer variatie, is één van de belangrijkste dingen het zo veel mogelijk vermijden van industrieel bewerkt voedsel. Naast suikers, zout en lege caloriën, vermijd je zo ook kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen, conserveermiddelen en giftige coatingsmaterialen die hormoonverstorende stoffen bevatten, zoals bisfenol A. Verder is het natuurlijk belangrijk veel groenten en fruit te eten, veel vette vis, zaden en noten. En veel minder vlees en zuivel. Door ook minder brood te eten, las je momenten in waarop je ander gezond voedsel kunt eten.

 

In onze westerse maatschappij is gezond eten alléén echter niet meer voldoende. Daarvoor zijn we teveel vervreemd van onze roots en worden we nog steeds teveel blootgesteld aan stress, toxinen, bewegingsarmoede en slaaptekort. Aanvulling blijft noodzakelijk. Een multivitamine alleen kan niet alle belangrijke stoffen in voldoende mate aanvoeren, maar omgekeerd kan in onze geïndustrialiseerde samenleving een gezonde basisvoeding nog steeds niet zonder goede multi. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een multi die ook een voldoende hoge inname van fytonutriënten kan ondersteunen.

 

Bronnen

  1. Procheş Şerban, John R. U. Wilson, Jana C. Vamosi and David M. Richardson, Plant Diversity in the Human Diet: Weak Phylogenetic Signal Indicates Breadth, BioScience, Volume 58, Issue 2, pp. 151-9.
  2. Stahl A.B., Hominid Dietary Selection Before Fire, Current Anthropology Vol. 25, No. 2, April 1984.
  3. www.idrc.ca/EN/Resources/Publications/Pages/ArticleDetails.aspx?PublicationID=565

Bonusan.com/nl maakt gebruik van cookies met als doel de website en onze diensten te verbeteren, Daardoor kunnen we u beter van dienst zijn. Wilt u weten welke cookies wij plaatsen? Lees hier meer informatie.

Internetbureau W3S