Alternate Text

Vitamine D: aanmaak en opname

dinsdag 22 september 2020

Het lichaam maakt vitamine D aan uit zonlicht, maar ook voeding en suppletie zijn belangrijke bronnen. Hoe maakt de huid vitamine D? Wat zijn vitamine D-rijke bronnen? Hoe wordt vitamine D in het lichaam opgenomen? En: wanneer is suppletie echt nodig?

Vitamine D speelt een grote rol in veel processen in ons lichaam. Zo ondersteunt het een normale spierwerking, helpt het de tanden sterk houden, ondersteunt het de afweer van het lichaam en draagt het bij aan de instandhouding van sterke botten. Er zijn vijf vormen (D1 t/m D5), maar fysiologisch zijn er twee relevant, namelijk D2 en D3. Vitamine D3 is daarbij krachtiger en effectiever dan D2.

Evolutionair bekeken

Op plekken rond de evenaar maken mensen de meeste vitamine D aan. De zonkracht (een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling) is daar gemiddeld het grootst. Onderzoek toont aan dat jagers-verzamelaars rond de evenaar een vitamine D3-gehalte in het bloed hadden van rond de 115 nmol/l [1]. Met het migreren naar plekken op aarde met een hogere breedtegraad en het bestaan van seizoenen is de blootstelling aan zonlicht afgenomen. Bovendien speelt een groot deel van onze werkzaamheden zich tegenwoordig binnen af, terwijl we vroeger veelal buiten leefden. Het merendeel van de bevolking haalt tegenwoordig nog niet de helft van de evolutionair vastgestelde optimale waarde als die van de jagers-verzamelaars [2].

Synthese van vitamine D uit zonlicht

Eigenlijk kunnen we vitamine D beter een hormoonachtige stof noemen, omdat we het zelf kunnen aanmaken onder invloed van ultraviolette straling (UV-B) uit zonlicht. Als de zon op onze huid valt dan is de huid in staat om vanuit een metaboliet van cholesterol (7-dehydrocholesterol) provitamine D aan te maken, waaruit vervolgens cholecalciferol (vitamine D3) wordt gemaakt.

Bij voldoende blootstelling aan UV-B uit zonlicht is de eigen aanmaak vele malen groter dan de hoeveelheid die via voeding kan worden opgenomen. Echter, alles wat invloed heeft op de hoeveelheid UV-B-straling die de huid binnendringt, heeft ook een effect op de productie van vitamine D in de huid en daarmee op de vitamine D-status. Denk aan de zonkracht (die moet minstens 3 zijn), persoonsgebonden factoren (huidpigmentatie en leeftijd) en zongerelateerd gedrag. De huid kan bijvoorbeeld geen vitamine D aanmaken, indien deze is ingesmeerd met een zonnebrand van factor 15 of hoger. Ook het teveel bedekken van de huid met kleding en het dragen van een zonnebril remmen de vitamine D aanmaak aanzienlijk. 

Voedingsbronnen

Vitamine D2, ergocalciferol, is van nature aanwezig in plantaardige voeding en schimmels (bijvoorbeeld paddenstoelen, gist en kaas). Vitamine D3, cholecalciferol, bevindt zich in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals vette vis, levertraan en eieren. Dit is dezelfde vorm die in de huid wordt geproduceerd na blootstelling aan ultraviolette straling.

Vitamine D3 is efficiënter in het verhogen van de vitamine D-status dan D2 [3]. Toch is het is vrijwel onmogelijk om voldoende vitamine D uit voeding te halen, zelfs na toevoegen van vitamine D aan voedingsmiddelen zoals wordt gedaan bij margarine, halvarine en smeerbaar bak- en braadvet.

Activering via hydroxylatie

Na synthese in de huid wordt cholecalciferol (D3) gebonden aan het zogeheten vitamine D-bindend eiwit en via het bloed naar de lever getransporteerd. Vitamine D2 en D3 uit voeding worden na opname voornamelijk getransporteerd door chylomicronen (lipoproteïnen) en komen zo via het lymfesysteem bij de lever terecht. De lever is de belangrijkste opslagplaats voor cholecalciferol en ergocalciferol, maar er vindt ook opslag plaats in vet- en spierweefsel.

Voordat vitamine D zijn fysiologische functie kan uitoefenen moet het eerst geactiveerd worden. Deze activatie vindt plaats in twee stappen (twee hydroxylatiereacties): 

Stap 1: vorming van calcidiol

Vooral in de lever, maar ook in een aantal andere lichaamsweefsels, worden vitamine D2 en D3 gehydroxyleerd op positie 25. Hierbij ontstaat calcidiol (25-hydroxyvitamine D). Calcidiol heeft slechts een geringe biologische activiteit, maar omdat vitamine D in deze vorm het meest voorkomt in de bloedcirculatie, wordt calcidiol vaak gebruikt als indicator voor het meten van de vitamine D-status [4,5].

Stap 2: vorming van calcitriol

Calcidiol wordt vervolgens naar de nieren getransporteerd, waar uiteindelijk een volgende hydroxylatiestap plaatsvindt en het actieve hormoon calcitriol (1α,25-dihydroxycholecalciferol) wordt gevormd. De vorming van calcitriol wordt gestimuleerd door het parathormoon uit de bijschildklier en door lage niveaus van fosfor in het bloed. De activatie wordt geremd door hoge calcium- of calcitriolconcentraties in het bloed en het hormoon FGF23 (fibroblast growth factor 23). Deze tweede stap vindt met name plaats in de nieren, maar ook in de huid, bijschildklier, borst, dikke darm, prostaat, evenals cellen van het immuunsysteem en botcellen [6].

Kennis in de Praktijk

De belangrijkste stimulans van vitamine D aanmaak is de zon. Het advies is om regelmatig naar buiten te gaan en de huid bloot te stellen aan (zon)licht, maar verbranding van de huid te voorkomen. In de zomer vindt ook in de schaduw vitamine D aanmaak plaats, net als op een bewolkte dag. Bij onvoldoende blootstelling aan de zon wordt vitamine D een essentieel nutriënt. Het wordt dan extra belangrijk om voldoende in te nemen via voeding of suppletie. U kunt de vitamine D-status van uw cliënt laten meten in het bloed, om op basis hiervan indien nodig een passend advies te geven. Als u een supplement adviseert, raadt u uw cliënt bij voorkeur een vitamine D3-supplement in een vetmatrix aan in de vorm van softgels of druppels. Dit bevordert de opname in het bloed, omdat vitamine D een vetoplosbare vitamine is.

Referenties

  1. Luxwolda, M. F., Kuipers, R. S., Kema, I. P., van der Veer, E., Dijck-Brouwer, D. A. J., & Muskiet, F. A. J. (2013). Vitamin D status indicators in indigenous populations in East Africa. European Journal of Nutrition, 52(3), 1115–1125. https://doi.org/10.1007/s00394-012-0421-6
  2. Holick, M. F. (2006). High Prevalence of Vitamin D Inadequacy and Implications for Health. Mayo Clinic Proceedings, 81(3), 353–373. https://doi.org/10.4065/81.3.353
  3. Tripkovic, L., Lambert, H., Hart, K., Smith, C. P., Bucca, G., Penson, S., Chope, G., Hyppönen, E., Berry, J., Vieth, R., & Lanham-New, S. (2012). Comparison of vitamin D2 and vitamin D3 supplementation in raising serum 25-hydroxyvitamin D status: A systematic review and meta-analysis. The American Journal of Clinical Nutrition, 95(6), 1357–1364. https://doi.org/10.3945/ajcn.111.031070
  4. Volmer, D. A., Mendes, L. R. B. C., & Stokes, C. S. (2015). Analysis of vitamin D metabolic markers by mass spectrometry: Current techniques, limitations of the ‘gold standard’ method, and anticipated future directions. Mass Spectrometry Reviews, 34(1), 2–23. https://doi.org/10.1002/mas.21408
  5. Willett, W., Nutritional Epidemiology (derde druk, 2013), New York, Oxford University Press
  6. Bikle, D. D. (2014). Vitamin D metabolism, mechanism of action, and clinical applications. Chemistry & Biology, 21(3), 319–329. https://doi.org/10.1016/j.chembiol.2013.12.016

 

Internetbureau W3S

Bonusan.com/nl maakt gebruik van cookies met als doel de website en onze diensten te verbeteren, Daardoor kunnen we u beter van dienst zijn. Wilt u weten welke cookies wij plaatsen? Lees hier meer informatie.

Accepteer Alleen Functionele Cookies