Alternate Text

Zink: waarom en welke vorm?

dinsdag 23 juni 2020

Zink is een essentieel sporenelement. In totaal bevat het lichaam 2-4 gram zink. Zink is het op een na meest voorkomende spoorelement in het lichaam, na ijzer (Rink 2000). Omdat het menselijk lichaam geen zink kan opslaan, moet het onderdeel zijn van een evenwichtig voedingspatroon. Van nature komt zink voor in eiwitrijke voeding zoals (orgaan)vlees, noten, gevogelte en schaal- en schelpdieren. Sinds mensen meer afhankelijk zijn geworden van de landbouw en minder van jagen, vissen en verzamelen, is de zinkinname en de biologische beschikbaarheid van zink flink omlaag gegaan (Solomons 2001).

Het bestaan van zinktekorten werd voor het eerst wetenschappelijk vastgelegd in 1963 in een onderzoek naar boeren met een voedingspatroon dat voornamelijk bestond uit granen, wortelen en groenten en weinig zinkrijke voeding bevatte (Prasad  1963, Sandstead 2013).

Zinktekorten komen tegenwoordig het meest voor rond de (sub)tropen door tekorten in de voeding (Wessells 2012), maar ook in andere landen worden suboptimale zinkniveaus gezien. Daarnaast bevat zweet relatief veel zink en is het verlies van dit mineraal dus hoger in warmere klimaten. Zinkverlies via zweet ligt rond de 3-4 mg per dag en kan oplopen tot 14 mg per dag (Driskell 2009). Door verschillende factoren zoals zeer diverse aspecifieke en asymptomatische klachten is een zinktekort soms moeilijk aan te tonen.

Zinkmetabolisme

De opname van mineralen uit voeding wordt beïnvloed door de zogenaamde mineralencompetitie. De opname van mineralen in de darm is in de meeste gevallen passief (behalve bij ijzer en calcium). De meeste mineralen komen als ionen aan in de darm, waar ze via een passieve transporter worden opgenomen. De transporter is aspecifiek en dat betekent dat deze alle soorten mineralen kan opnemen. Hierdoor kunnen de verschillende mineralen elkaars opname belemmeren.

Naast de mineralencompetitie kan de absorptie van zink worden beïnvloed door de voedingsfactoren fytaat, oxaalzuur en tannines. Fytaat wordt gevonden in noten, zaden en vezelrijke granen. Oxaalzuur wordt gevonden in groene groentes. Tannines zijn wijdverspreid en wordt onder andere gevonden in (onrijp) fruit, groenten, cacao, koffie en thee. Deze voedingsfactoren zijn in staat zich te binden aan elementair zink waardoor het niet kan worden opgenomen door de darm (Solomons 2001, Lönnerdal 2000. Rink 2000).

Bij een verhoogde lichamelijke behoefte aan zink is de lichaamseigen zinkhomeostase efficiënter. Zinkhomeostase omvat de zinkabsorptie en uitscheiding van lichaamseigen zink via de ontlasting. Bij voldoende zinkinname en een goede lichamelijke zinkstatus wordt het overschot aan zink uitgescheiden via de ontlasting. Bij lage zinkinnames wordt minder zink uitgescheiden via de ontlasting (Ziegler 1989, Sian 1996, Sian 2002). Ook de absorptie van zink is efficiënter bij lage zinkinnames, waarschijnlijk door een hogere productie van metallothioneïne eiwitten. Deze eiwitten worden gemaakt in de alvleesklier en binden metalen, waardoor ze actief kunnen worden opgenomen (Van Wouwe 1994, King 2000).

Ook al is het lichaam in staat om de zinkwaarden in het lichaam te reguleren in het geval van tekorten in de voeding, het is toch verstandig de zinkwaarden op pijl te houden. Een tekort aan zink in de voeding kan een re-distributie van zink in cellen en weefsels veroorzaken. De lever, bot en testes kunnen dan zink verliezen om andere weefsels van zink te voorzien (King 2000). Symptomen van een zinktekort bij kinderen zijn dan ook typisch zichtbaar in lever-, bot- en testesweefsel. Bij volwassenen zijn de symptomen van een tekort meer divers en is een tekort soms moeilijk vast te stellen. Een goede indicatie van een zinktekort is een vermindering van het reuk- en smaakvermogen. Door homeostatische regulatie van zink in bloedserum corresponderen de zinkniveaus in bloed niet rechtlijnig met de inname (Moran 2012, Alpers 2012).

Zinksuppletie: welke vorm?

Soms is het nodig om lichaamseigen niveaus van zink aan te vullen. Zinkmethionine is daarvoor de meest geschikte vorm. Zinkmethionine is elementair zink gebonden aan het aminozuur methionine. Aminozuurgebonden mineralen ontwijken de mineralencompetitie omdat ze worden opgenomen via actief aminozuurtransport in de darm. Methionine is een van de best opgenomen aminozuren. Methionine is namelijk een essentieel aminozuur dat een sleutelrol speelt in veel processen en het draagt bij tot de normale eiwitsynthese. Methionine is het “start-aminozuur” en bevindt zich altijd als eerste in een pasgevormd eiwit. Het lichaam heeft daarom een voorkeur voor de opname van methionine. Een zinkmethionineverbinding heeft dus een voordeel ten opzichte van andere aminozuur-zinkverbindingen. Daarnaast bindt zink in een aminozuurverbinding niet aan voedingsfactoren als fytaat, oxaalzuur en tannines.

Andere vormen van zink zijn bijvoorbeeld anorganisch zinkoxide, het zout zinksulfaat of aan organisch zuur gebonden zinkvormen zoals zinkcitraat, zinkpicolinaat en zinkgluconaat. Zinkoxide wordt over het algemeen niet in voedingssupplementen gebruikt maar kan onder andere worden toegepast in cosmetica, zonnebrand en acnécrèmes. Bij gebruik op de huid werkt zinkoxide antibacterieel en UV-absorberend. Als voedingssupplement is zinkoxide slecht biologisch beschikbaar.

Zinksulfaat is een zoutvorm van zink die in de maag splitst in ionen. De ionen kunnen binden aan voedingsfactoren die de beschikbaarheid van zink verminderen en dingen mee in de mineralencompetitie. De opname van zink in de vorm van zinksulfaat is dus minder groot in vergelijking met zink in een aminozuurverbinding.

Zinkcitraat, zinkpicolinaat en zinkgluconaat zijn zinkvormen gebonden aan organische zuren. Deze vormen van zink hebben als voordeel dat ze niet binden aan voedingsfactoren en de mineralencompetitie ontwijken. Van deze drie zinkvormen is zinkpicolinaat de best opneembare vorm, maar de opname van zink is wel lager dan met een aminozuurverbinding.

Functies van zink

Zink ondersteunt talrijke biologische processen en is onderdeel van meer dan 300 enzymen.

Het immuunsysteem beschermt het lichaam tegen ongewenste en lichaamsvreemde stoffen. Zink heeft een positieve invloed op het immuunsysteem en werkt ter bescherming van gezonde cellen en weefsels. Zodoende ondersteunt zink de afweer van het lichaam.

Met een oppervlak van 1,7 m2 wordt de huid ook wel aangeduid als het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Zink ondersteunt het herstellend vermogen van de huid en voedt de huid (van binnenuit). Daarnaast is zink goed voor het celdelingsproces en draagt bij aan de aanmaak van cellen en weefsels.

Zink kan ook worden ingezet bij spanning en inspanning. Zink draagt namelijk bij aan de normale weerstand tegen stress en helpt bij geestelijke druk en inspanning. Zo houdt zink de geest helder. Zink levert daarnaast een bijdrage aan het behoud van cognitieve functies, draagt bij aan een normale intelligentie, leervermogen en concentratie.

Botten ondersteunen het lichaam door structuur en bescherming te bieden. Meer dan 85% van de zink in het lichaam zit in botten en spier (Institute of Medicine 2001). Zink is van belang voor de samenstelling van de botten en speelt een rol bij de botaanmaak. Adequate inname van zink is dus belangrijk, want zink ondersteunt de botten.

In het samenspel tussen de verschillende voedingsfactoren speelt zink een belangrijke rol. Zink draagt namelijk bij tot een normaal metabolisme van vitamine A en zink draagt bij tot een normaal koolhydraatmetabolisme.

Zink is goed voor de vruchtbaarheid van de man. Het draagt bij aan de productie van zaadcellen en de instandhouding van normale testosterongehalten in het bloed. Zink is dus goed voor een normale sperma kwaliteit en draagt bij tot een normale vruchtbaarheid en voortplanting.

Kwaliteit

De kwaliteit van zinksupplementen varieert in hoge mate. Factoren die de kwaliteit van een zink supplement beïnvloeden zijn de biologische beschikbaarheid en cadmiumconcentraties. De biologische beschikbaarheid van zinkmethionine is hoog omdat het niet bindt aan andere voedingsstoffen en omdat het direct door de darm kan worden opgenomen.

Cadmium is een element dat moeilijk te scheiden is van zink. Lage kwaliteit zinksupplementen kunnen hoge cadmiumniveaus bevatten, waardoor ze niet geschikt zijn voor langdurige inname. Cadmium kan oxidatieve stress veroorzaken en heeft geen biologische functie in het menselijk lichaam (Krone 2001). Bonusan zinkmethionine wordt uitvoerig getest op cadmiumniveaus en voldoet aan de Europese regelgeving.

Kennis in de praktijk

Een tekort aan zink kan asymptomatisch verlopen omdat zink invloed heeft op zo veel biologische processen. Het belangrijkste symptoom van een zinktekort is een verminderde reuk en smaak. Een tekort kan bijvoorbeeld ontstaan door een verhoogde behoefte van lichaam, of een ontoereikende voeding. Een voorbeeld van ontoereikende voeding is een vegetarisch voedingspatroon omdat het uit relatief zinkarme voeding bestaat en veel voedingsfactoren bevat die de opname van zink verhinderen.

Omdat zinkmethionine niet bindt aan voedingsfactoren kan het bij de voeding worden ingenomen en volstaan lagere doseringen vergeleken met andere soorten zinksupplementen zoals zinksulfaat. Daarnaast is de opname van een zink-aminozuurverbinding beter dan een zinkverbinding met een organisch zuur zoals zinkcitraat. Van de aminozuren heeft methionine de voorkeur omdat het goed wordt opgenomen door de darm.

Bonusan zinkmethionine 15 mg capsules bevatten 75 mg L-Optizinc met 20% elementair zink. L-Optizinc bevat uitsluitend L-methionine en dus geen D- of DL-methionine. L-methionine is de biologisch beschikbare linksdraaiende vorm van methionine. L-Optizinc bevat dus alleen de natuurlijke variant van het aminozuur methionine dat door ons lichaam herkend kan worden.

Doseringen zijn persoonsgebonden en variëren van 1 tot 3 capsules met 15 mg elementair zink per capsule. Bij een verhoogde zinkbehoefte of ontoereikend voedingspatroon kan een supplement uitkomst bieden. Bij therapeutische behandeltrajecten kan het voorkomen dat hogere doseringen worden voorgeschreven.

Bronnen

Abdollahi, Shima, Omid Toupchian, Ahmad Jayedi, David Meyre, Vivian Tam, en Sepideh Soltani. ‘Zinc Supplementation and Body Weight: A Systematic Review and Dose–Response Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials’. Advances in Nutrition, 22 augustus 2019, nmz084. https://doi.org/10.1093/advances/nmz084.

Alpers, David H. ‘Subclinical Micronutrient Deficiency: A Problem in Recognition’. Current Opinion in Gastroenterology 28, nr. 2 (maart 2012): 135–38. https://doi.org/10.1097/MOG.0b013e32834e09f8.

Craig, Winston John. ‘Nutrition Concerns and Health Effects of Vegetarian Diets’. Nutrition in Clinical Practice 25, nr. 6 (2010): 613–20. https://doi.org/10.1177/0884533610385707.

Driskell, Judy A. Nutrition and Exercise Concerns of Middle Age. CRC Press, 2009.

Institute of Medicine (U. S.). Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc. Washington (DC): The National Academies Press, 2001.

King, J C, D M Shames, en L R Woodhouse. ‘Zinc homeostasis in humans’. The Journal of nutrition 130, nr. 5S Suppl (2000): 1360S-6S.

Krone, C. A., E. J. Wyse, en J. T. Ely. ‘Cadmium in Zinc-Containing Mineral Supplements’. International Journal of Food Sciences and Nutrition 52, nr. 4 (juli 2001): 379–82. https://doi.org/10.1080/09637480120057602.

Lönnerdal, Bo. ‘Dietary Factors Influencing Zinc Absorption’. The Journal of Nutrition 130, nr. 5 (1 mei 2000): 1378S-1383S. https://doi.org/10.1093/jn/130.5.1378S.

Lowe, Nicola M. ‘Assessing Zinc in Humans’. Current Opinion in Clinical Nutrition and Metabolic Care 19, nr. 5 (september 2016): 321–27. https://doi.org/10.1097/MCO.0000000000000298.

Moran, Victoria Hall, Anna-Louise Stammers, Marisol Warthon Medina, Sujata Patel, Fiona Dykes, Olga W. Souverein, Carla Dullemeijer, e.a. ‘The Relationship between Zinc Intake and Serum/Plasma Zinc Concentration in Children: A Systematic Review and Dose-Response Meta-Analysis’. Nutrients 4, nr. 8 (augustus 2012): 841–58. https://doi.org/10.3390/nu4080841.

Prasad, A. S., A. Miale, Z. Farid, H. H. Sandstead, A. R. Schulert, en W. J. Darby. ‘Biochemical Studies on Dwarfism, Hypogonadism, and Anemia’. Archives of Internal Medicine 111 (april 1963): 407–28. https://doi.org/10.1001/archinte.1963.03620280007003.

Rink, Lothar. ‘Zinc and the Immune System’. Proceedings of the Nutrition Society 59, nr. 4 (november 2000): 541–52. https://doi.org/10.1017/S0029665100000781.

Sandstead, Harold H. ‘Human Zinc Deficiency: Discovery to Initial Translation123’. Advances in Nutrition 4, nr. 1 (4 januari 2013): 76–81. https://doi.org/10.3945/an.112.003186.

Sian, L., X. Mingyan, L. V. Miller, L. Tong, N. F. Krebs, en K. M. Hambidge. ‘Zinc Absorption and Intestinal Losses of Endogenous Zinc in Young Chinese Women with Marginal Zinc Intakes’. The American Journal of Clinical Nutrition 63, nr. 3 (1 maart 1996): 348–53. https://doi.org/10.1093/ajcn/63.3.348.

Sian, Lei, Nancy F. Krebs, Jamie E. Westcott, Li Fengliang, Li Tong, Leland V. Miller, Bakary Sonko, en Michael Hambidge. ‘Zinc Homeostasis during Lactation in a Population with a Low Zinc Intake’. The American Journal of Clinical Nutrition 75, nr. 1 (1 januari 2002): 99–103. https://doi.org/10.1093/ajcn/75.1.99.

Solomons, Noel W. ‘Dietary Sources of Zinc and Factors Affecting Its Bioavailability’. Food and Nutrition Bulletin 22, nr. 2 (januari 2001): 138–54. https://doi.org/10.1177/156482650102200204.

Van Wouwe, Jacobus P., en Jaap J. M. Uijlenbroek. ‘The Role of the Pancreas in the Regulation of Zinc Status’. Biological Trace Element Research 42, nr. 2 (1 augustus 1994): 143–49. https://doi.org/10.1007/BF02785385.

Wessells, K. Ryan, en Kenneth H. Brown. ‘Estimating the Global Prevalence of Zinc Deficiency: Results Based on Zinc Availability in National Food Supplies and the Prevalence of Stunting’. PloS One 7, nr. 11 (2012): e50568. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0050568

Ziegler, E. E., R. E. Serfass, S. E. Nelson, R. Figueroa-Colón, B. B. Edwards, R. S. Houk, en J. J. Thompson. ‘Effect of Low Zinc Intake on Absorption and Excretion of Zinc by Infants Studied with 70Zn as Extrinsic Tag’. The Journal of Nutrition 119, nr. 11 (november 1989): 1647–53. https://doi.org/10.1093/jn/119.11.1647.

Internetbureau W3S

Bonusan.com/nl maakt gebruik van cookies met als doel de website en onze diensten te verbeteren, Daardoor kunnen we u beter van dienst zijn. Wilt u weten welke cookies wij plaatsen? Lees hier meer informatie.

Accepteer Alleen Functionele Cookies